Als Adriaan op zijn veertigste verjaardag in Amsterdam te horen krijgt dat zijn grootvader Theodoor Vassilikov (bijna 100) is overleden denkt hij terug aan de vele wandelingen die hij met hem tijdens zijn vakanties als kleine jongen maakte waarbij hij met grootvader op zoek ging naar schatten. Mooie schelpen fraai afgesleten stukjes hout of mooi gekleurde steentjes staan te pronk in een cilinder op zijn bureau. Tijdens deze zoektochten sprak grootvader af en toe over een echte schat waarbij hij meldde dat Adriaan later zijn dagboek zou erven. 'Jongen als je doet wat ik voor jou in petto heb zal je het niet slecht hebben' waren opa's woorden die in zijn geheugen gegrift staan.